In hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Limburg heeft het gerechtshof 's-Hertogenbosch de niet-ontvankelijkverklaring van de officier van justitie in de ontnemingsvordering vernietigd. De veroordeelde werd eerder veroordeeld voor het opzettelijk telen van 78 hennepplanten.
Het hof baseert de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel op een rapport van een verbalisant en het BOOM-rapport uit 2010. Uitgangspunt is een opbrengst van 27,7 gram hennep per plant tegen een verkoopprijs van €3,28 per gram, wat leidt tot een bruto opbrengst van €7.086,76.
Van dit bedrag worden de kosten afgetrokken die redelijkerwijs in verband staan met het delict, waaronder afschrijving koolstoffilter (€50), kosten hennepstekken (€117), overige variabele kosten (€259,74) en een proportionele berekening van netwerk- en elektriciteitskosten (€91,15 en €457,90). Dit resulteert in een netto wederrechtelijk verkregen voordeel van €6.110,97, afgerond op €6.000.
Het hof legt de veroordeelde de betalingsverplichting van dit bedrag aan de Staat op, conform artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer op 13 februari 2019.