Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5.Het verloop van de procedure
6.De beoordeling
Noch het feit van samenleven noch het enkele bestaan van deze overeenkomst verschaft één van partijen enig recht op goederen die door de andere partij, ongeacht wanneer en krachtens welke titel, zijn verkregen.
Ieder van partijen is met uitsluiting van de ander aansprakelijk en draagplichtig voor de schulden die hij of zij alleen heeft aangegaan of die op andere wijze alleen in zijn of haar persoon zijn ontstaan, behoudens het bepaalde in lid 3 van dit artikel.
De kosten van de gemeenschappelijke huishouding, waaronder begrepen die van verzorging en onderhoud van elkaar en van hun kinderen, worden door partijen gedragen naar evenredigheid van elkaars besteedbaar inkomen en, als die inkomens daarvoor niet toereikend zijn, naar evenredigheid van elkaars vermogen.
Indien de samenleving anders dan door het overlijden van één der partijen eindigt, worden de gemeenschappelijke goederen verdeeld met toepassing van de beginselen van redelijkheid en billijkheid.
(…)
Ingeval partijen ten tijde van de verbreking van de samenleving gezamenlijk eigenaar zijn van de door hen bewoonde woning zal deze of de opbrengst ervan zodanig verdeeld worden dat beide partijen evenveel in het huis hebben geïnvesteerd, waarbij geen rekening wordt gehouden met hypotheekrente.
In geval tussen partijen een geschil bestaat omtrent de eigendom van een goed en geen van beiden haar recht op dit goed kan bewijzen, wordt het goed geacht aan beiden toe te behoren, ieder voor de helft. (…)”
- de man te veroordelen alle benodigde medewerking te verlenen aan de Rabobank, waaronder begrepen de verkoop van de woning aan [adres 1] te
- de man te veroordelen om aan de vrouw te voldoen een bedrag van € 75.000,-- te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het vonnis tot de dag van algehele voldoening, althans een zodanige datum als de rechtbank juist acht;
- de man te veroordelen om aan de vrouw te voldoen een bedrag van € 1.880,98 uit hoofde van de achterstand in de maandelijkse kosten van de woning in Frankrijk, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van dagvaarding tot de dag van algehele voldoening;
- de man te veroordelen om aan de vrouw te voldoen een bedrag van € 200,-- per maand uit hoofde van de lopende maandelijkse kosten van de woning in Frankrijk, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van dagvaarding tot de dag van algehele voldoening;
- vervangende toestemming te verlenen voor de verkoop van de woning in Frankrijk voor een vraagprijs van € 125.000,-- en een laatprijs van € 100.000,-- bij makelaar [de makelaar] in Frankrijk.
- de man te veroordelen het negatieve saldo op de gemeenschappelijke bankrekening van partijen aan te vullen, zodat deze rekening kan worden opgeheven;
- vervangende toestemming te verlenen voor de opheffing van de gezamenlijke bankrekening;
- de vrouw te veroordelen om aan de man te voldoen een bedrag van € 10.947,54, zijnde de achterstand in de betaling van de maandelijkse termijnen met betrekking tot de gezamenlijke hypothecaire schulden van partijen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 november 2014 tot de dag van algehele voldoening;
- de vrouw te veroordelen om aan de man te voldoen de maandelijks lopende termijnen van € 475,98 per maand, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 november 2014 tot de dag van algehele voldoening;
vrouwheeft in hoger beroep vier grieven aangevoerd. De vrouw heeft geconcludeerd tot vernietiging van het beroepen vonnis, tot het alsnog toewijzen van haar vorderingen en tot het alsnog afwijzen van de vorderingen van de man met veroordeling van de man in de kosten van het geding in beide instanties.
manheeft in hoger beroep twee grieven aangevoerd. De man heeft geconcludeerd tot vernietiging van het beroepen vonnis en tot het toewijzen van zijn vorderingen zijnde: