ECLI:NL:GHSHE:2020:1
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging uithuisplaatsing minderjarige wegens ongeschiktheid moeder
Deze zaak betreft het hoger beroep van de moeder tegen de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant die de uithuisplaatsing van haar minderjarige kind bekrachtigde. De minderjarige staat sinds 2017 onder toezicht van de gecertificeerde instelling (GI) en verblijft sinds mei 2019 in een moeder-kind voorziening. De moeder betwist de noodzaak van de uithuisplaatsing en stelt dat zij stappen zet in haar opvoedcapaciteit.
Het hof overweegt dat ondanks de positieve ontwikkeling in de dagelijkse verzorging, de moeder tekortschiet in emotionele beschikbaarheid en opvoedkundige vaardigheden. Uit rapportages van drie moeder-kind voorzieningen blijkt dat de moeder niet in staat is de opvoeding adequaat te verzorgen. Het kind vertoont kenmerken van een getraumatiseerd kind en de GI onderzoekt plaatsing bij grootouders.
Gelet op het belang van het kind en zijn jonge leeftijd acht het hof de uithuisplaatsing noodzakelijk en bekrachtigt de beschikking van de rechtbank. Tevens wordt het belang van een goede contactregeling tussen moeder en kind benadrukt. De proceskosten worden gecompenseerd zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de uithuisplaatsing van de minderjarige en compenseert de proceskosten.