ECLI:NL:GHSHE:2020:100

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
3 januari 2020
Publicatiedatum
15 januari 2020
Zaaknummer
20-003103-18
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 509hh SvArt. 2 Opiumwet
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens ontbreken van grieven

Het gerechtshof 's-Hertogenbosch behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter te Eindhoven, waarin verdachte was veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie maanden voor het opzettelijk handelen in strijd met een gedragsaanwijzing, het overtreden van een verbod uit de Opiumwet en schuldheling. Tevens was de tenuitvoerlegging gelast van een eerder voorwaardelijk opgelegde straf.

Tijdens de terechtzitting in hoger beroep heeft het hof kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal om het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren wegens het ontbreken van grieven. Verdachte had geen schriftelijke grieven ingediend, noch mondelinge bezwaren geuit, en zijn raadsman was niet gemachtigd om dit namens hem te doen.

Het hof oordeelde dat het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard moest worden omdat niet voldaan was aan de vereisten voor het instellen van hoger beroep. De strafzaak werd daarom niet inhoudelijk onderzocht. De beslissing werd uitgesproken op 3 januari 2020 door de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Hertogenbosch.

Uitkomst: Het hoger beroep van verdachte is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van grieven.

Uitspraak

Parketnummer : 20-003103-18
Uitspraak : 3 januari 2020
VERSTEK, DIP

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats Eindhoven, van 17 september 2018, met parketnummer 01-155116-18, en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf onder parketnummer 03-157794-16, in de strafzaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] [in het jaar] 1982,
thans uit anderen hoofde gedetineerd in het Huis van Bewaring Roermond te Roermond.
Hoger beroep
Bij vonnis, waarvan beroep, is verdachte ter zake van het opzettelijk handelen in strijd met een gedragsaanwijzing, gegeven krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel b, van het Wetboek van Strafvordering (feit 1), het opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod (feit 2) en schuldheling (feit 3) veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden. Voorts heeft de politierechter de tenuitvoerlegging gelast van een eerder aan verdachte voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 1 maand.
Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het hoger beroep wegens het ontbreken van grieven.
Ontvankelijkheid van het hoger beroep
Het hof is van oordeel dat het door verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, nu verdachte geen schriftuur houdende grieven heeft ingediend noch mondeling bezwaren tegen het vonnis heeft opgegeven of zijn raadsman gemachtigd heeft dit namens hem te doen en het hof niet van oordeel is dat de strafzaak desalniettemin onderzocht dient te worden.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus gewezen door:
mr. J. Platschorre, voorzitter,
mr. F.P.E. Wiemans en mr. E.E. van der Bijl, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. N.S. Willems Ettori-Oort, griffier,
en op 3 januari 2020 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
mr. Wiemans is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.