ECLI:NL:GHSHE:2020:100
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens ontbreken van grieven
Het gerechtshof 's-Hertogenbosch behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter te Eindhoven, waarin verdachte was veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie maanden voor het opzettelijk handelen in strijd met een gedragsaanwijzing, het overtreden van een verbod uit de Opiumwet en schuldheling. Tevens was de tenuitvoerlegging gelast van een eerder voorwaardelijk opgelegde straf.
Tijdens de terechtzitting in hoger beroep heeft het hof kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal om het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren wegens het ontbreken van grieven. Verdachte had geen schriftelijke grieven ingediend, noch mondelinge bezwaren geuit, en zijn raadsman was niet gemachtigd om dit namens hem te doen.
Het hof oordeelde dat het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard moest worden omdat niet voldaan was aan de vereisten voor het instellen van hoger beroep. De strafzaak werd daarom niet inhoudelijk onderzocht. De beslissing werd uitgesproken op 3 januari 2020 door de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het hoger beroep van verdachte is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van grieven.