Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.De maatschap [de maatschap 1] ,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
De maatschap [de maatschap 2],
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/03/228116 / HA ZA 16-671)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven [met de bijlagen 21, 22 en 23];
- de memorie van antwoord [met producties 7 en 8];
- de bij H-3 formulier van 23 december 2019 door het Waterschap toegezonden productie 9, die het Waterschap bij het pleidooi bij akte in het geding heeft gebracht;
- de bij H-3 formulier van 30 december 2019 door [maatschap 1 en maatschap 2] toegezonden bijlagen 24 en 25, waarbij bijlage 24 bij pleidooi bij akte in het geding is gebracht en is verzocht ook bijlage 25 in het geding te mogen brengen;
- de brief van 24 december 2019 van mr. Jacobse waarbij hij bezwaar maakt tegen het als bijlage 25 overgelegde aanvullende expertiserapport; uit deze brief blijkt dat het Waterschap genoemde bijlage 25 - anders dan het hof - al op 24 december 2019 heeft ontvangen;
- het pleidooi waarbij beide partijen pleitnotities hebben overgelegd.
3.De beoordeling
zal plaatsvinden overeenkomstig de IGU.
geen negatieve gevolgen zal hebben.”
zich bewust was van de extremiteit van de neerslaggebeurtenis. WPM heeft daar ook naar gehandeld. Volgens HKV is vooral ingespeeld op inspectiebeelden van gebiedsbeheerders, meldingen en locale incidenten. Het waterschap deed dus alles wat verwacht mocht worden en in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs mogelijk was.”
subsidiairdat sprake is van schending van ongeschreven zorgvuldigheidsnormen doordat het Waterschap niet heeft voldaan aan zijn zorgplicht omdat
- het theoretisch model van het Waterschap niet voldoet;
- het calamiteitenplan ten onrechte niet is opgeschaald;
- het Waterschap niet adequaat heeft gereageerd op meldingen van [maatschap 1 en maatschap 2] ;
- het Waterschap eerder maatregelen had kunnen en moeten nemen;
- het Waterschap niet conform de maaikalender heeft gemaaid.
alle vorderingen die direct of indirect verband houden met de schade die door mts [de maatschap 1] is geleden in verband met de wateroverlast op haar percelen op eigen naam te incasseren.”
- er zeker aan de zuidzijde van de (litigieuze) percelen een gebrek aan groot onderhoud is geweest en dat hoe verder benedenstrooms, hoe meer het profiel van de watergang is aangezand (nr 27);
- het aangezande dwarsprofiel van zeer grote invloed is op de doorstromingscapaciteit van het watersysteem (nr 30);
- het maaien en op profiel brengen van de watergang binnen de capaciteit en verantwoordelijkheid van het Waterschap ligt.