ECLI:NL:GHSHE:2020:1133
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over toepasselijkheid oude en nieuwe regels opzegging huurovereenkomst voor bepaalde tijd
In deze zaak staat centraal of de verhuurder de huurovereenkomst rechtsgeldig heeft opgezegd. De huurovereenkomst betrof een gestoffeerde kamer en is volgens het hof vóór 1 juli 2016 gesloten, ondanks dat in de overeenkomst 1 juli 2016 als ondertekeningsdatum staat vermeld. Dit is van belang omdat het nieuwe artikel 7:271 BW Pro, dat op 1 juli 2016 in werking trad, niet van toepassing is op overeenkomsten gesloten vóór die datum.
De kantonrechter oordeelde dat het nieuwe artikel 7:271 BW Pro van toepassing was en kende de vordering tot ontruiming toe. Het hof stelde echter vast dat de overeenkomst al op 30 juni 2016 was ondertekend en dat de verhuurder onvoldoende bewijs leverde voor haar stelling dat de overeenkomst pas op 1 juli 2016 tot stand kwam. Hierdoor geldt het oude recht, waarbij opzegging van een huurovereenkomst voor bepaalde tijd alleen mogelijk is met instemming van de huurder.
Omdat de huurder niet instemde met de opzegging, is de overeenkomst niet beëindigd en wijst het hof de vorderingen van de verhuurder af. Tevens veroordeelt het hof de verhuurder in de proceskosten van beide instanties en tot terugbetaling van de door de huurder betaalde proceskosten in eerste aanleg.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen van de verhuurder af omdat de huurovereenkomst vóór 1 juli 2016 is gesloten en het oude huurrecht van toepassing is.