Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
,
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De zaak betreft een geschil tussen ouders over het gezag en de omgangsregeling van hun twee minderjarige kinderen. De rechtbank had het gezamenlijk gezag beëindigd en het eenhoofdig gezag aan de moeder toegekend, met een omgangsregeling voor de vader en een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding.
De vader kwam in hoger beroep tegen deze beschikking en verzocht onder meer om het gezamenlijk gezag te herstellen en een omgangsregeling vast te stellen. Tijdens de procedure bereikten partijen een nieuwe overeenkomst over het gezamenlijk gezag, de zorgregeling en kinderalimentatie, vastgelegd in een ouderschapsplan van februari 2020.
Het hof waardeert deze positieve ontwikkeling, maar constateert dat de gemaakte afspraken aanzienlijk afwijken van de oorspronkelijke verzoeken en de beschikking van de rechtbank. Gezien het belang van de kinderen en de noodzaak om de gezamenlijke gezagsuitoefening en zorgregeling in de praktijk te volgen, schorst het hof de werking van de bestreden beschikking en houdt de zaak aan tot 1 september 2020. Tot die tijd geldt het gezamenlijk gezag en zijn partijen gebonden aan het nieuwe ouderschapsplan.
Uitkomst: Het hof schorst de beschikking van de rechtbank en houdt de zaak aan tot 1 september 2020 om de gezamenlijke gezagsuitoefening te volgen.