Uitspraak
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
Artikel 1. Partneralimentatie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Partijen zijn in 1985 gehuwd en in 2010 gescheiden met een convenant waarin partneralimentatie van €6.000,- per maand is overeengekomen, met een niet-wijzigingsbeding tenzij sprake is van een ingrijpende wijziging van omstandigheden. De man verzocht de alimentatie met ingang van 1 januari 2013 op nihil te stellen wegens faillissement van zijn werkmaatschappijen, privé-faillissement en ernstige gezondheidsklachten.
De vrouw betwistte deze stellingen en voerde aan dat de man zijn stelplicht niet had voldaan en dat er geen sprake was van een volkomen wanverhouding. Het hof oordeelde dat de man onvoldoende had onderbouwd dat de omstandigheden tussen 1 januari 2013 en 8 maart 2016 zodanig waren gewijzigd dat het niet-wijzigingsbeding doorbroken kon worden.
Vanaf 8 maart 2016, de datum van het privé-faillissement van de man, was sprake van een ingrijpende wijziging van omstandigheden. Het faillissement leidde tot een algeheel beslag op het vermogen van de man en hij beschikte niet langer over middelen om de alimentatie te voldoen. Ook zijn gezondheidsklachten maakten werken onmogelijk. Het hof stelde de partneralimentatie vanaf die datum op nihil en compenseerde de proceskosten in hoger beroep, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De partneralimentatie wordt met ingang van 8 maart 2016 op nihil gesteld vanwege het faillissement en gezondheidsproblemen van de man.