Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[de moeder] ,wonende te [woonplaats] ,
2.[de vader] ,wonende te [woonplaats] ,
1.[de moeder] ,wonende te [woonplaats] ,
2.[de vader] ,wonende te [woonplaats] ,
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 6343619 \ CV EXPL 17-7635)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep met producties;
- de memorie van grieven met producties;
- de memorie van antwoord, tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep met producties;
- de memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep met producties;
- de akte uitlatingen in principaal hoger beroep van [de vader] c.s..
- de dagvaarding in hoger beroep met productie;
- de memorie van grieven tevens eiswijziging met producties;
- de memorie van antwoord.
3.De beoordeling
Rente
VIJF PROCENT (5%)per jaar, te voldoen in maandelijkse termijnen bij achterafbetaling.
Aflossing
Opeisbaarheid
Betalingen
[de dochter]in conventie, voor zover in hoger beroep van belang, samengevat,
in conventie:
principaal hoger beroepheeft zij geconcludeerd, bij arrest uitvoerbaar bij voorraad, tot (het hof begrijpt: vernietiging van het bestreden vonnis voor zover daarbij de vorderingen van [de vader] c.s. zijn toegewezen en) afwijzing van de vorderingen van [de vader] c.s. met veroordeling van hen in de kosten van beide instanties.
incidenteel hoger beroepheeft zij geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden vonnis en opnieuw rechtdoende, bij arrest uitvoerbaar bij voorraad:
primairde goederen zoals vermeld op de lijst (prod. 6 mva principaal appel) en
subsidiairde tractoren, de gereedschappen, de werktuigen en de installaties zoals omschreven in de akte van verdeling in eigendom toebehoren aan [de dochter] en dat het [de vader] c.s. wordt verboden zich deze zaken toe te eigenen dan wel anderszins gebruik te maken van deze zaken op verbeurte van een dwangsom van € 500,-- of een door het hof te bepalen bedrag per keer dat [de vader] c.s. in strijd met dit verbod handelen;
hofstelt vast dat tussen partijen niet in geschil is dat aan [de dochter] een drietal bedragen ten titel van geldlening zijn verstrekt. Het gaat om een bedrag van € 141.571,71 en € 12.000,-- en € 10.000,-. In totaal is dit € 163.571,71. Grief I (waarmee [de dochter] betoogt dat de kantonrechter ten onrechte is uitgegaan van € 173.561,61) slaagt dus.
[de vader] c.s.betogen dat de kantonrechter ten onrechte heeft geoordeeld dat aflossing van het door [de dochter] nog te betalen bedrag van € 73.184,73 (te vermeerderen met de contractuele rente) in maandelijkse termijnen van € 450,00 dient te geschieden.
[de dochter]heeft de grief weersproken. Kern van haar verweer – dat ook de kern vormt van haar grieven II, III en IV in incidenteel hoger beroep (en in haar eigen principaal hoger beroep) – is haar stelling dat zij de geldlening volledig heeft afgelost.
[de dochter]nog het volgende gesteld.
[de vader] c.s.hebben grief II weersproken. De kantonrechter heeft op juiste gronden geoordeeld dat geen sprake is geweest van vooraf overeengekomen schenkingen. Uit het voorlopig getuigenverhoor blijkt niet van aan [de dochter] gedane schenkingen.
[de dochter]ten onrechte overwogen dat geen stukken zijn overgelegd op grond waarvan vast zou staan dat [accountant] in september 2001 had voorgesteld dat [de vader] c.s. jaarlijks het totaal van de door [de dochter] betaalde aflossingen zouden schenken aan haar zus ( [zuster] ) en ook aan [de dochter] , omdat zij hun beide dochters gelijkelijk wilden behandelen. Ter toelichting op deze grief stelt zij, samengevat, het volgende.
[de vader] c.s.hebben grief III weersproken. Zij hebben, samengevat, het volgende aangevoerd.
[de dochter]dat zij € 5.811,-- (het bedrag dat op de maatschapsrekening stond op 27 juni 2002) aan [de vader] c.s. moet terugbetalen. Het op de maatschapsrekening aanwezige vermogen valt onder het overgenomen maatschapsaandeel. Krachtens de akte van verdeling is het complete maatschapsaandeel van vader [de vader] met inbegrip van al hetgeen daartoe behoort, waaronder de liquide middelen, aan [de dochter] geleverd. Hiertoe behoort het saldo op de maatschapsrekening. Dit saldo is verwerkt in de balans en de winst- en verliesrekening (zie akte onder “financiële afwikkeling”) en meegenomen in de overnameprijs. Als [de dochter] nu nogmaals het saldo van de maatschapsrekening moet voldoen aan [de vader] c.s., dan is sprake van een dubbele betaling.
[de vader] c.s.hebben grief IV weersproken. Zij hebben, samengevat, het volgende aangevoerd.
hofoverweegt als volgt.
Vader [de vader]heeft, als getuige, het volgende verklaard:
Moeder [de moeder]heeft als getuige het volgende verklaard:
[accountant]heeft als getuige het hiernavolgende verklaard:
[medewerker van accountant 2]heeft als getuige het hiernavolgende verklaard:
[medewerker van accountant 1]heeft als getuige het hiernavolgende verklaard:
[de dochter]gehoord. Gelet op de omstandigheid dat de bewijslast van haar stelling dat zij de lening, door middel van verrekening van die lening met schenkingen door [de vader] c.s., heeft afgelost, op haar rust, moet zij (en niet vader [de vader] ) worden aangemerkt als een partijgetuige. Zij heeft, in die hoedanigheid, het hiernavolgende verklaard:
hofstelt vast dat [de vader] c.s. in eerste aanleg en in hoger beroep hun vordering van € 5.811,-- hebben gebaseerd op het bestaan van een maatschapsrekening (waarvan het saldo nog door [de dochter] aan hen zou moeten worden voldaan omdat deze niet in de overnamesom was begrepen). [de dochter] heeft dit betwist; zij heeft gesteld dat het maatschapsaandeel van vader [de vader] dat aan haar is overgedragen, ook de maatschapsrekening omvat.
het bedrag van de maatschapsrekening(onderstreping hof). (…)”
nu er nimmer sprake is geweest van een maatschapsrekening(onderstreping hof) omdat er voor het betalingsverkeer van de maatschap de ouders gebruik maakten van hun privérekening.
kantonrechteroverwoog:
[de dochter]het volgende aan.
hofoverweegt als volgt. Artikel 3.a. van de akte van verdeling bepaalt aldus:
kantonrechteroverwoog:
- diverse werktuigen en gereedschappen;
- mengmestverspreider
- gazonmaaier
- cultivator;
- twee schaarploegen;
- zaaimachine;
- mestverspreider;
- schudlichter;
- freesmachine
- quick lader;
- fustreiniger;
- preiwasmachine;
- luchtkanon
- hogedrukreiniger;
- tractor;
- veldspuit;
- tractor.
hofoverweegt als volgt. In principaal (twee tractoren, hogedrukreiniger en veldspuit) en in incidenteel (de goederen vermeld in prod. 6 mva principaal appel subs. de zaken zoals omschreven in de akte van verdeling) hoger beroep is in geschil tot wiens eigendom de door partijen genoemde goederen behoren. Op 1 januari 2000 heeft [de dochter] de maatschap voortgezet en op 27 juni 2002 is het maatschapsvermogen verdeeld. Pas op dat moment is de eigendom van de roerende zaken die door partijen ter uitoefening van de maatschap zijn gebruikt, in eigendom overgegaan. In de kern genomen gaat het geschil er dus over welke roerende zaken op 27 juni 2002 door [de dochter] zijn overgenomen.
- ingeval van overlijden van [ [de dochter] ] verblijven aan [vader [de vader] ];
- ingeval van andere wijze van beëindiging van de maatschap verblijven aan [vader [de vader] ] op de datum van beëindiging van de maatschap”
kantonrechteroverwoog:
hofoverweegt als volgt. In geschil is het gebruik van het perceel waarop de woningen van beide partijen zich bevinden en in het bijzonder het gebruik van de groentetuin, het zich daarin bevindende tunnelkasje en het gebruik van het perceel door [de vader] c.s.. door het op het perceel houden van kippen.