ECLI:NL:GHSHE:2020:122
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging machtiging uithuisplaatsing kinderen in gezinshuis na onderzoek
De zaak betreft een hoger beroep van de vader tegen de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant die de machtiging tot uithuisplaatsing van zijn twee minderjarige kinderen in een gezinshuis verlengde. De kinderen waren onder toezicht gesteld van de gecertificeerde instelling (GI) en uit huis geplaatst vanwege zorgen over vermeend seksueel misbruik en gedragsveranderingen.
De vader betwist de beschuldigingen en stelt dat het onderzoek onvoldoende specialistisch was en dat de kinderen positief contact met hem onderhouden. De GI benadrukt dat de uithuisplaatsing noodzakelijk was vanwege de combinatie van signalen en eerdere zorgen over het gezin. De moeder benadrukt het belang van een zorgvuldig onderzoek naar het perspectief van de kinderen bij terugplaatsing.
Het hof overweegt dat de wettelijke vereisten voor uithuisplaatsing zijn vervuld en dat het belang van de kinderen voorop staat. Gezien de voorgenomen verhuizing van de vader en het nog lopende onderzoek acht het hof het noodzakelijk dat de kinderen nog in het gezinshuis blijven totdat duidelijk is of terugplaatsing verantwoord is. Het verzoek van de ouders om de uithuisplaatsing binnen een maand te beëindigen wordt afgewezen.
De beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd, waarmee de machtiging tot uithuisplaatsing doorloopt tot uiterlijk 15 april 2020.
Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing van de kinderen wordt bekrachtigd tot uiterlijk 15 april 2020.