ECLI:NL:GHSHE:2020:1322

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
5 maart 2020
Publicatiedatum
15 april 2020
Zaaknummer
20-001736-19
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging gevangenisstraf van twee weken voor diefstal na visuele bewijsoverweging

In deze strafzaak heeft het gerechtshof 's-Hertogenbosch het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de politierechter te ’s-Hertogenbosch, waarin verdachte was veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee weken wegens diefstal.

Het hof heeft het vonnis integraal bevestigd, maar heeft de motivering van het bewijsmateriaal verbeterd. Het bewijs bestond voornamelijk uit videobeelden waarop te zien was dat verdachte met een ogenschijnlijk lege schoudertas de winkel betrad, meerdere pakken babyvoeding en andere goederen in haar winkelmandje legde, en vervolgens de winkel verliet zonder af te rekenen terwijl de tas duidelijk zwaarder was dan bij binnenkomst.

Daarnaast zijn proces-verbalen van bevindingen en aanhouding overgelegd. De advocaat-generaal had gevorderd het vonnis te bevestigen, hetgeen het hof heeft gevolgd. De uitspraak werd verstek gewezen, waarbij verdachte niet aanwezig was tijdens de zitting.

Het hof heeft het vonnis van de politierechter bekrachtigd en de gronden van het vonnis verduidelijkt, waarmee de strafoplegging van twee weken gevangenisstraf gehandhaafd blijft.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot twee weken gevangenisstraf wegens diefstal.

Uitspraak

Parketnummer : 20-001736-19
Uitspraak : 5 maart 2020
VERSTEK (dnip)

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, van 27 maart 2019 in de strafzaak met parketnummer 01-138785-18 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1990,
wonende te [adres] ,
thans zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande.
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep is verdachte ter zake van diefstal veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 weken.
Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de politierechter integraal zal bevestigen.
Vonnis waarvan beroep
Het hof bevestigt het beroepen vonnis, met verbetering van de gronden (de gebezigde bewijsmiddelen).
Bewijsmiddelen
De politierechter heeft op pagina 2 van het vonnis als bewijsmiddel opgenomen:
- een proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 juli 2018 van verbalisant [verbalisant 1] , proces-verbaal pag. 8
Het hof zal voornoemde bewijsmiddel geheel vervangen door het volgende bewijsmiddel:
- een proces-verbaal aanhouding d.d. 1 juli 2018, van verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] , pagina 11-12 inhoudende als bevindingen van deze verbalisanten:
Op de beelden is duidelijk te zien dat de verdachte met een ogenschijnlijk lege schoudertas de winkel binnen gaat. Vervolgens zagen wij dat de verdachte in ieder geval 4 pakken Nutrilon babyvoeding uit het schap pakt. Tevens zagen wij op de beelden dat de verdachte meerdere goederen in haar winkelmandje had liggen. Wij zagen dat de verdachte op enig moment alleen nog maar een lege winkelmand vast hield en wij zagen dat zij moeite moest doen om de schoudertas omhoog te houden. Het was aannemelijk dat er veel meer gewicht in de tas zat dan toen de verdachte de winkel in liep. Wij zagen dat de verdachte de winkel verliet zonder dat zij enig goed aanbood om af te rekenen.

BESLISSING

Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep, met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Aldus gewezen door:
mr. C.M. Hilverda, voorzitter,
mr. S. Riemens en mr. A.J.A.M. Nieuwenhuizen, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. C. Schenker, griffier,
en op 5 maart 2020 ter openbare terechtzitting uitgesproken.