ECLI:NL:GHSHE:2020:1346
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep wegens medeplegen overtreding omgevingsvergunning door werknemer
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor medeplegen van overtreding van voorschriften van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) met betrekking tot het lozen van afvalwater op een wasplaats zonder vergunning. In hoger beroep vernietigde het hof het vonnis en stelde een andere bewezenverklaring vast, waarbij het hof concludeerde dat verdachte samen met de rechtspersoon het strafbare feit had gepleegd.
Uit onderzoek en bewijsmiddelen, waaronder milieuvluchten, camerabeelden en verklaringen van verbalisanten en betrokkenen, bleek dat verdachte herhaaldelijk afvalwater uit bassins op de wasplaats had geloosd in strijd met vergunningvoorschrift 4.1.10. De lozingen waren structureel en niet incidenteel, en de verdachte handelde bewust en opzettelijk.
De verdediging voerde onder meer aan dat het enkel ging om het reinigen van de tankwagen en dat verdachte niet als medepleger kon worden aangemerkt. Het hof verwierp deze verweren en oordeelde dat verdachte en de rechtspersoon nauwe en bewuste samenwerking hadden in het plegen van het strafbare feit.
Het hof legde een geldboete van €600,- op, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, rekening houdend met de termijnoverschrijding en de persoonlijke omstandigheden van verdachte. De tijd in voorlopige hechtenis werd in mindering gebracht. De verdachte werd vrijgesproken van overige tenlastegelegde feiten die niet bewezen konden worden.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke geldboete van €600,- wegens medeplegen van overtreding van voorschriften van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.