Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van dit hof van 5 februari 2019, waarin een comparitie na aanbrengen is bevolen (die niet heeft plaatsgevonden);
- de memorie van grieven met vier producties;
- de memorie van antwoord;
- de akte van [appellant] , met een productie;
- de antwoordakte van BPL.
6.De beoordeling
daardoor getroffenverbintenissen (artikel 6:271 BW Pro). Alleen ten aanzien van die verbintenissen ontstaan ongedaanmakingsverbintenissen. Dat zijn in dit geval, waarin de kantonrechter de overeenkomst op vordering van BPL bij vonnis van 14 december 2011 ‘per heden’ heeft ontbonden wegens een betalingsachterstand, alleen de verbintenissen vanaf de datum van de ontbinding. De kantonrechter heeft de huurovereenkomst dus voor de toekomst, dat wil zeggen voor de periode na het vonnis, ontbonden. Voor het overige heeft de overeenkomst haar normale werking behouden. Dat betekent dat over het verleden geen ongedaanmakingsverbintenissen zijn ontstaan. (Zie Bakels, Ontbinding van overeenkomsten, Monografieën BW nr. B58, 2011, paragraaf 35 en Asser/Sieburgh 6-III 2018/701).