ECLI:NL:GHSHE:2020:1773
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ouderlijk gezag moeder wegens ongeschiktheid verzorging en opvoeding
Deze zaak betreft het hoger beroep van de moeder tegen de beschikking van de rechtbank Limburg die het ouderlijk gezag over haar twee kinderen beëindigde en de gecertificeerde instelling (GI) benoemde tot voogd.
De kinderen, beiden met een forse verstandelijke beperking, zijn sinds 2013 onder toezicht gesteld en met een machtiging uit huis geplaatst. De moeder erkent haar onvermogen tot verzorging en opvoeding en accepteert de plaatsing, maar wenst het gezag te behouden omdat het contact met de kinderen goed is.
Het hof overweegt dat aan de wettelijke criteria van artikel 1:266 BW Pro is voldaan: de kinderen worden ernstig bedreigd in hun ontwikkeling en de moeder is niet in staat de verantwoordelijkheid voor verzorging en opvoeding binnen een aanvaardbare termijn te dragen. De moeder heeft begeleiding nodig bij praktische zaken en kan het gezag niet adequaat uitoefenen.
Het hof benadrukt dat de gezagsbeëindiging niet leidt tot het verbreken van de moeder-kind relatie. De beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd en het gezag wordt aan de GI toegekend.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het ouderlijk gezag van de moeder over haar kinderen en benoemt de gecertificeerde instelling tot voogd.