ECLI:NL:GHSHE:2020:1774
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging beëindiging schuldsaneringsregeling zonder toekenning schone lei wegens tekortkomingen
Appellant was sinds december 2016 onderworpen aan een wettelijke schuldsaneringsregeling. De rechtbank oordeelde dat appellant toerekenbaar tekortgeschoten is in het nakomen van zijn verplichtingen, met name zijn sollicitatieplicht en het ontstaan van nieuwe schulden, en weigerde de schone lei toe te kennen.
Appellant ging in hoger beroep en voerde aan dat hij zijn sollicitatieplicht wel had nageleefd via digitale portals en dat hem niet duidelijk was hoe bewijs moest worden aangeleverd. Ook betwistte hij de motieven voor het ontstaan van nieuwe schulden en stelde hij dat hij betalingsregelingen wilde treffen. De bewindvoerder stelde echter dat appellant herhaaldelijk was gewezen op tekortkomingen en onvoldoende medewerking had verleend.
Het hof oordeelde dat appellant de sollicitatieplicht niet correct had nageleefd, ondanks duidelijke aanwijzingen van de bewindvoerder, en dat hij nieuwe schulden had laten ontstaan zonder een gedegen plan van aanpak. Ook was appellant onvoldoende open geweest over zijn situatie. Gezien de ernst en herhaling van tekortkomingen en het ontbreken van een plan achtte het hof verlenging van de regeling niet op zijn plaats.
Het hof bekrachtigde daarom het vonnis van de rechtbank en wees het verzoek tot verlenging af, waardoor de schuldsaneringsregeling wordt beëindigd zonder toekenning van de schone lei.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de schuldsaneringsregeling wordt beëindigd zonder toekenning van de schone lei wegens toerekenbare tekortkomingen.