ECLI:NL:GHSHE:2020:1791
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek toelating wettelijke schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw en onvoldoende inspanningen
Appellant verzocht de wettelijke schuldsaneringsregeling toe te passen vanwege een totale schuldenlast van €19.095,97, waaronder een terugvordering van de gemeente wegens teveel ontvangen bijstandsuitkering. De rechtbank wees dit verzoek af op grond van het ontbreken van goede trouw in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij door persoonlijke omstandigheden, zoals depressiviteit en mantelzorg, niet bewust informatie had achtergehouden en dat hij niet verwijtbaar had gehandeld. Hij stelde dat de vordering van de gemeente te goeder trouw was ontstaan en dat hij niet verhuisd was, maar slechts tijdelijk bij een vriendin verbleef.
Het hof oordeelde dat de terugvordering van de gemeente onherroepelijk is en dat appellant onvoldoende feiten had aangevoerd om het tegendeel te bewijzen. Tevens was niet aannemelijk dat appellant zich inspande om weer aan het arbeidsproces deel te nemen, wat noodzakelijk is voor toelating tot de regeling. Door zijn passieve houding en het niet nakomen van informatieplicht werd het verzoek afgewezen.
Het hof overwoog ook dat appellant onvoldoende had aangetoond dat hij de omstandigheden die tot zijn schulden leidden onder controle had gekregen, waardoor de hardheidsclausule niet van toepassing was. Het vonnis van de rechtbank werd daarom bekrachtigd met aanvullende gronden.
Uitkomst: Het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens gebrek aan goede trouw en onvoldoende inspanningen om schulden af te lossen.