Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 7260487 CV EXPL 18-5691)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de rolbeslissing van 8 oktober 2019;
- de op 22 oktober 2019 door [appellant] genomen akte;
- het op 29 oktober 2019 tegen Schadecentrum [vestigingsnaam] verleende verstek;
- de op 10 december 2019 door [appellant] genomen memorie van grieven met producties (het procesdossier van het geding in eerste aanleg).
3.De beoordeling
- Op 1 februari 2013 is de besloten vennootschap [Direct Zorg 1] B.V. opgericht. [appellant] is als bestuurder van [Direct Zorg 1] B.V. bevoegd om namens deze bv rechtshandelingen te verrichten. Vóór de oprichting van de bv heeft [appellant] de door de bv gedreven onderneming als eenmanszaak gedreven.
- Bij de Rijksdienst voor het Wegverkeer (hierna: RDW) is een Mercedes Benz met kenteken [kenteken] (hierna ook aan te duiden als de auto) op naam van [Direct Zorg 1] B.V. gesteld. Bij brief van 9 augustus 2016 heeft de RDW het nieuwe kentekenbewijs voor deze auto verzonden aan [Direct Zorg 1] B.V. (ter attentie van [appellant] ).
- De factuur ter zake de aankoop van de auto dateert van 9 augustus 2016. De factuur is gericht aan “ [Direct Zorg 2] ” met als adres het adres van [Direct Zorg 1] B.V. (niet zijnde het woonadres van [appellant] waar aan hem de inleidende dagvaarding is betekend).
- Alle aandelen in [Direct Zorg 1] B.V. worden gehouden door [Holding] B.V. Deze besloten vennootschap heeft voor de auto een verzekering afgesloten. Bij de gedingstukken bevindt zich het op naam van [Holding] B.V. gestelde polisblad dat betrekking heeft op het jaar 2017.
- Naar het hof begrijpt, is in de eerste maanden van 2017 schade ontstaan aan de auto. De hierna te vermelden factuur van 11 oktober 2017 vermeldt met betrekking tot de auto een schadedatum van 9 april 2017.
- [appellant] heeft Schadecentrum [vestigingsnaam] opgedragen de schade aan de auto te repareren. De partijen verschillen van mening over de vraag of [appellant] daarbij kenbaar heeft gemaakt dat hij de opdracht gaf namens [Direct Zorg 1] B.V.
- Schadecentrum [vestigingsnaam] heeft de reparatiewerkzaamheden uitgevoerd. Volgens het door Schadecentrum [vestigingsnaam] als productie 9B overgelegde werkorder-formulier zijn de reparatiewerkzaamheden op 5 mei 2017 voltooid.
- Schadecentrum [vestigingsnaam] heeft bij factuur van 11 oktober 2017 € 4.679,41 in rekening gebracht aan [appellant] ter zake het herstel van schade aan de auto. De factuur vermeldt een schadenummer van [schadenummer] .
- Bij brief van 26 februari 2018 heeft de door Schadecentrum [vestigingsnaam] ingeschakelde deurwaarder aan [appellant] onder meer het volgende meegedeeld:
- Bij brief van 16 maart 2018 heeft de door Schadecentrum [vestigingsnaam] ingeschakelde deurwaarder aan [appellant] meegedeeld dat de betalingsregeling is vervallen omdat [appellant] de regeling niet is nagekomen.
- Bij e-mail van 29 maart 2018 met onderwerp “schadenummer [schadenummer] kenteken [kenteken] ” heeft Schadecentrum [vestigingsnaam] aan de verzekeraar van de auto geschreven:
- een hoofdsom van € 5.282,41;
- € 639,12 aan buitengerechtelijke kosten;
- a. € 317,-- ter zake een verkeersboete die [appellant] heeft begaan als bestuurder van een auto die hij van Schadecentrum [vestigingsnaam] in gebruik had;
- b. € 36,-- ter zake een verkeersboete die [appellant] heeft begaan als bestuurder van een auto die hij van Schadecentrum [vestigingsnaam] in gebruik had;
- c. € 250,-- ter zake een voor rekening van [appellant] komend eigen risico (niet betrekking hebbend op de in dit hoger beroep aan de orde zijnde auto met kenteken [kenteken] );
- d. € 4.679,41 (inclusief btw) ter zake de omstreeks eind april / begin mei 2017 uitgevoerde reparatie aan de Mercedes Benz met kenteken [kenteken] .
- De bedragen van € 317,-- en € 36,-- ter zake verkeersboetes zijn toewijsbaar (rov. 3.4).
- Het bedrag van € 250,-- ter zake eigen risico is toewijsbaar (rov. 3.5).
- Op Schadecentrum [vestigingsnaam] rust de bewijslast van haar stelling dat [appellant] in privé aan Schadecentrum [vestigingsnaam] de opdracht heeft gegeven voor het uitvoeren van de reparatiewerkzaamheden aan de Mercedes met kenteken [kenteken] , die bij de factuur van 11 oktober 2017 in rekening zijn gebracht. Schadecentrum [vestigingsnaam] is voorshands geslaagd in de levering van het bewijs. [appellant] mag tegenbewijs leveren (rov. 3.9 en 3.10).
- [appellant] is niet geslaagd in de levering van het van hem verlangde tegenbewijs. Dit brengt mee dat het bij de factuur van 11 oktober 2017 in rekening gebrachte bedrag van € 4.679,41 (inclusief btw) toewijsbaar is (rov. 2.2).
- In totaal is dus een hoofdsom van € 5.282,41 toewijsbaar (€ 317,-- en € 36,-- aan verkeersboetes, € 250,-- aan eigen risico en € 4.679,41 ter zake de factuur van 11 oktober 2017) (rov. 2.3).
- Ter zake buitengerechtelijke kosten is het gevorderde bedrag van € 639,12 toewijsbaar (rov. 2.5).
- De gevorderde contractuele rente van 2% per jaar is toewijsbaar (rov. 2.6).
- dat de auto in augustus 2016 is gekocht door [Direct Zorg 1] B.V.;
- dat de auto ten tijde van het ontstaan van de schade en ten tijde van het uitvoeren van de reparatie op naam stond van [Direct Zorg 1] B.V.;
- dat de moedermaatschappij van [Direct Zorg 1] B.V., zijnde [Holding] B.V., voor de auto een verzekering heeft afgesloten ter zake het kalenderjaar waarin de schade is ontstaan en de reparatiewerkzaamheden zijn verricht;
- dat de verzekeraar in verband met de schade een uitkering heeft gedaan aan “de verzekerde”, waaronder kennelijk moet worden verstaan [Holding] B.V.
4.De uitspraak
- veroordeelt [appellant] om aan Schadecentrum [vestigingsnaam] € 603,-- te betalen, vermeerderd met de contractuele rente van 2% per jaar over dit bedrag vanaf 17 september 2018;
- compenseert de proceskosten van het geding bij de kantonrechter tussen de partijen, aldus dat elke partij de eigen proceskosten moet dragen;
- wijst het door Schadecentrum [vestigingsnaam] meer of anders gevorderde af;