Het gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft op 18 juni 2020 het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 3 maart 2020 vernietigd, waarbij appellant failliet werd verklaard. Appellant had in hoger beroep verzocht het faillissement te vernietigen, stellende dat hij niet langer in de toestand verkeert van te hebben opgehouden te betalen, mede door getroffen betalingsregelingen met schuldeisers.
Tijdens de zitting is gebleken dat appellant ondanks de coronacrisis een redelijke omzet heeft behaald in 2019 en begin 2020, en dat er afspraken zijn gemaakt met de stichtingen en de Belastingdienst over betaling van openstaande vorderingen. De curator en de advocaat van appellant bevestigden dat de oude boekhouder steken heeft laten vallen en dat een nieuwe boekhouder wordt ingeschakeld om de administratie te verbeteren.
Het hof concludeerde dat er sprake is van pluraliteit van schuldeisers en dat appellant inmiddels voldoende middelen heeft om aan zijn betalingsverplichtingen te voldoen. De stichtingen en curator steunden het verzoek tot vernietiging van het faillissement. Het hof oordeelde dat appellant niet langer in de toestand verkeert van te hebben opgehouden te betalen en vernietigde het faillissementsvonnis, waarbij de faillissementskosten ten laste van appellant worden gebracht.