ECLI:NL:GHSHE:2020:1883
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep tegen zuivere tussenbeschikking en kostenveroordeling
In deze civiele procedure heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen een tussenbeschikking van de kantonrechter waarin geen eindbeslissing is genomen. Het hof overweegt dat tegen een zuivere tussenbeschikking ingevolge artikel 358 lid 4 Rv Pro geen tussentijds hoger beroep openstaat, tenzij de kantonrechter hiervoor toestemming heeft gegeven. Uit de stukken blijkt dat deze toestemming expliciet is geweigerd.
Appellant heeft na een brief van het hof waarin het voorlopig oordeel werd gegeven dat hij niet-ontvankelijk is, geen inhoudelijke bezwaren meer ingebracht. Geïntimeerden onderschrijven dit oordeel en verzoeken om een kostenveroordeling. Het hof concludeert dat appellant niet-ontvankelijk is en veroordeelt hem in de proceskosten van het hoger beroep, vastgesteld op € 268,50 aan salaris advocaat.
De procedure wordt schriftelijk afgedaan zonder mondelinge behandeling, aangezien partijen geen aanleiding hebben gegeven tot verdere behandeling. Het vonnis bevestigt de strikte toepassing van artikel 358 lid 4 Rv Pro en benadrukt het belang van toestemming voor tussentijds hoger beroep tegen tussenbeschikkingen.
Uitkomst: Appellant is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen de tussenbeschikking en veroordeeld in de proceskosten.