Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
[de minderjarige], verder te noemen [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2019 te [geboorteplaats] .
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze zaak gaat het om de uithuisplaatsing van een minderjarige, geboren in 2019, waarbij de ouders in hoger beroep gingen tegen de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant die een spoedmachtiging en een machtiging tot uithuisplaatsing had verleend.
De ouders betwistten de noodzaak van de uithuisplaatsing en stelden dat de veiligheid van de minderjarige niet in gevaar was. Zij gaven aan bereid te zijn aan zichzelf te werken en noemden positieve ontwikkelingen zoals begeleiding en een plan voor opname in een moeder-kind-gezinshuis.
De gecertificeerde instelling (GI) stelde dat de minderjarige goed gedijt in het pleeggezin en dat de veiligheid niet gewaarborgd kon worden bij de ouders vanwege het niet naleven van veiligheidsafspraken en eerdere incidenten.
Het hof oordeelde dat de wettelijke vereisten voor uithuisplaatsing waren vervuld, mede vanwege de escalatie op 24 februari 2020 en de bestaande zorgen over hechting, verzorging en veiligheid. Het hof bekrachtigde de beschikkingen en benadrukte het belang van het benutten van de kansen die de ouders krijgen in het belang van de minderjarige.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de spoedmachtiging en machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige tot 19 juli 2020.