Uitspraak
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De zaak betreft twee minderjarige kinderen die sinds september 2019 onder toezicht staan van een gecertificeerde instelling (GI) vanwege zorgen over hun veiligheid en ontwikkeling binnen het gezin. De moeder oefent het ouderlijk gezag uit en is in hoger beroep gekomen tegen beschikkingen tot spoedmachtiging en verlenging van de uithuisplaatsing.
De rechtbank had de kinderen vanaf maart 2020 met spoed uit huis geplaatst in een gezinshuis vanwege ernstige zorgen, waaronder signalen van mishandeling door de grootvader en gebrek aan zicht op het gezinssysteem. De moeder betwistte de gronden voor uithuisplaatsing en verweerde zich tegen de beschikkingen, onder meer door te stellen dat de kinderen niet geslagen worden en dat onderzoek ambulant kan plaatsvinden.
Het hof overwoog dat de zorgen over het gezinssysteem en de veiligheid van de kinderen nog steeds aanwezig zijn, mede door het ontbreken van medewerking van de moeder aan dossieronderzoek en medisch onderzoek. De kinderen gaven aan niet terug naar huis te willen en vertonen zorgelijke signalen. Het hof achtte de uithuisplaatsing noodzakelijk en proportioneel in het belang van de kinderen en verwierp de grieven van de moeder. De beschikkingen werden bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikkingen tot uithuisplaatsing van de kinderen wegens voortdurende veiligheidszorgen.