ECLI:NL:GHSHE:2020:196
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep tegen voorlopige hechtenis wegens poging doodslag en bedreiging
Het gerechtshof 's-Hertogenbosch behandelde het hoger beroep van verdachte tegen de afwijzing van het verzoek tot opheffing van zijn voorlopige hechtenis. Verdachte wordt verdacht van poging doodslag, zware mishandeling, mishandeling en bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht. Het hof oordeelde dat het dossier voldoende ernstige bezwaren bevat, waaronder getuigenverklaringen die verdachte herkennen als dader en anonieme meldingen.
De verdediging voerde aan dat de voorlopige hechtenis geëxpireerd zou zijn vanwege een vermeende einduitspraak en schending van artikel 282 Wetboek Pro van Strafvordering, omdat niet binnen dertig dagen een voortgezette behandeling had plaatsgevonden. Het hof verwierp deze verweren en stelde dat de verwijzingsbeslissing geen einduitspraak is en dat klemmende redenen voor aanhouding uit andere bronnen blijken, zoals het opmaken van een Pro-Justitiadubbelrapportage en een reclasseringsrapport.
Het hof concludeerde dat de voorlopige hechtenis niet van rechtswege is geëindigd en dat er geen reden is deze op te heffen. Het hoger beroep werd dan ook afgewezen en de beschikking van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bevestigt de voorlopige hechtenis wegens voldoende ernstige bezwaren en gevaar voor herhaling.