Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- de moeder met haar advocaat;
- mevrouw [vertegenwoordiger van de GI] , namens de GI.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Deze zaak betreft het hoger beroep van een moeder tegen de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van haar zes maanden oude baby. De baby verblijft sinds maart 2020 in een pleeggezin. De moeder heeft drie kinderen, waarvan twee ook uithuisgeplaatst zijn.
De moeder betwistte de uithuisplaatsing en voerde aan dat zij voldoende voor haar kind kan zorgen, een eigen woning heeft en wil meewerken met hulpverlening. De gecertificeerde instelling (GI) stelde echter dat de moeder onvoldoende pedagogische vaardigheden toont, niet meewerkt aan noodzakelijke behandelingen en een onzekere woonsituatie heeft door een dreigende uithuiszetting.
Het hof overwoog dat de wettelijke vereisten voor uithuisplaatsing aanwezig zijn en dat de moeder onvoldoende aan de gestelde doelen heeft gewerkt. Het belang van het kind bij een veilige en pedagogisch verantwoorde opvoeding weegt zwaar. Daarom werd de machtiging tot uithuisplaatsing bekrachtigd en het verzoek van de moeder afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de machtiging tot uithuisplaatsing en wijst het beroep van de moeder af.