Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 30 april 2019 waarbij het hof een comparitie na aanbrengen heeft gelast;
- het proces-verbaal van comparitie van 2 juli 2019;
- de memorie van grieven tevens eiswijziging;
- de memorie van antwoord met producties.
6.De beoordeling
“Opdrachtgever heeft na ontbinding (…) het recht de aanneemsom althans het onbetaald gebleven gedeelte daarvan geheel of gedeeltelijk aan te wenden tot betaling van door Aannemer bij de realisatie van het Werk betrokken derden, waarbij opdrachtgever jegens Aannemer alsdan gekweten zal zijn ten belopen van de aan die betrokkenen betaalde bedragen”. Tussen partijen staat niet ter discussie dat de overeenkomst is ontbonden nadat de curator liet weten die niet gestand te willen doen. Op grond van genoemde bepaling kon Destion vervolgens [de onderaannemer] betalen en de vordering uit hoofde van die betaling verrekenen ex art. 53 Fw Pro.