De GI voert - samengevat - het volgende aan.
De gronden voor een ondertoezichtstelling zijn nog steeds aanwezig. De zorg om de ontwikkelingsbedreiging bij de kinderen weg te nemen wordt nog onvoldoende geaccepteerd. De ouders laten een patroon zien waarbij zij uit elkaar gaan en weer bij elkaar komen en waarbij er veelvuldig sprake is geweest van heftige ruzies, huiselijk geweld en overbelasting van de ouders. Dit zorgt voor veel onrust, onveiligheid en onduidelijkheid voor de kinderen. De relatieproblemen leiden er tevens toe dat de moeder een wisselende bereidheid heeft om de hulpverlening te accepteren. Deze bereidheid is bovendien afgenomen nu er een nieuwe begeleider in beeld is gekomen.
Er wordt daarentegen ook gezien dat de moeder een actieve houding aanneemt, hetgeen positief is. De moeder laat echter na om de GI hierbij te betrekken en de inzet van de hulpverlening lijkt vooral te zijn ingegeven om de ondertoezichtstelling te doen beëindigen.
Zo ontbreken in het door de ouders opgestelde ouderschapsplan afspraken over de veiligheid van de kinderen. Verder heeft de moeder zich op eigen initiatief tot de burgemeester van de gemeente [gemeente] gewend. De moeder wil wel hulp voor de kinderen, maar lijkt minder gemotiveerd voor hulp die gericht is op het hele systeem, waardoor het daadwerkelijke probleem in stand wordt gehouden. De moeder is tot voor kort ook weigerachtig geweest om de GI bij het behandeltraject van [praktijk] te betrekken. De GI heeft voorgesteld om met de ouders en [praktijk] in overleg te gaan over mogelijkheden voor systemische hulp. Verder heeft de GI het gezin aangemeld voor een gezinsanalyse bij de zorggroep [zorggroep] , maar de moeder heeft aangegeven dat zij enkel met [praktijk] wil samenwerken.
Er zijn verder zorgen over de corrigerende tik die de vader (en mogelijk de moeder) aan de kinderen uitdeelt, hetgeen door alle vier de kinderen wordt bevestigd. De ouders lijken dit probleem te bagatelliseren. Verder heeft de moeder in november nog beschuldigingen tegen de vader geuit over huiselijk geweld en het handelen in softdrugs.
[halfbroer] , de halfbroer van de kinderen, woont elders en staat eveneens onder toezicht van de GI. Hij komt één keer in de vier weken bij de moeder thuis. Het is van belang dat de kinderen op dat moment niet aanwezig zijn, nu [halfbroer] in het verleden ernstig grensoverschrijdend seksueel gedrag richting [minderjarige 2] heeft laten zien. De moeder lijkt de ernst van deze afspraken niet altijd in te zien.
De ouders lijken weliswaar de goede weg te zijn ingeslagen, maar zij moeten voor langere tijd aantonen dat de patronen uit het verleden zich niet meer herhalen en dat zij, wanneer de hulpverlening meer diepgang gaat krijgen, niet afhaken, zodat de systeemproblematiek kan worden aangepakt.