Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte] ,
- mishandeling, begaan tegen zijn levensgezel, meermalen gepleegd (
- bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht of bedreiging met zware mishandeling, meermalen gepleegd (
- afpersing, meermalen gepleegd, en afdreiging, meermalen gepleegd (
- poging tot afpersing (
- handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III en handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie (
- smaadschrift (
- verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 5 jaren en met aftrek van voorarrest, waarbij de advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof aan het voorwaardelijke strafdeel dezelfde bijzondere voorwaarden zal verbinden als de rechtbank heeft gedaan en deze voorwaarden dadelijk uitvoerbaar zal verklaren;
- de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] geheel zal toewijzen tot een bedrag van € 8.600,39, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 februari 2010 tot en met 12 juni 2017 te Eindhoven, althans in Nederland, (telkens) zijn levensgezel [slachtoffer] heeft mishandeld door die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal,
hij op tijdstippen in de periode van 1 februari 2010 tot en met 12 juni 2017 te Eindhoven telkens zijn levensgezel [slachtoffer] heeft mishandeld door die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal,
Bewijsoverweging ad 2en
Bewijsoverweging ad 3) is overwogen.
Bewijsoverweging ad 1) reeds is overwogen. Haar verklaringen omtrent het onder 1 en 2 ten laste gelegde houden in de kern het navolgende in.
Bewijsoverweging ad 2reeds heeft overwogen dat deze naar het oordeel van het hof als steunbewijs kunnen dienen – heeft aangeefster te kennen gegeven dat verdachte zonder haar toestemming allerlei voorwerpen van haar geld kocht en dat zij het hier niet mee eens was, maar dat zij door de mishandelingen en bedreigingen werd gedwongen met lede ogen toe te zien hoe verdachte haar geld spendeerde. Voorts heeft zij in één van haar brieven aan [verbalisant 1] te kennen gegeven dat zij door verdachte werd gedwongen haar woning aan de zoon van verdachte te verkopen en aan voornoemde zoon een geldbedrag ter hoogte van € 100.000,00 te schenken. Uit deze brief blijkt dat aangeefster niet wilde meewerken aan de verkoop en schenking, omdat zij daardoor een groot deel van haar bezittingen zou kwijtraken en zij haar eigen kinderen hiermee zou benadelen.
Bewijsoverweging ad 2) reeds is overwogen. Hierin ziet het hof steun voor het bewijs van het onder 3 ten laste gelegde. Door de mishandelingen, bedreigingen met geweld en de bedreiging met smaad heeft verdachte immers een situatie van angst en onderdrukking gecreëerd waarin aangeefster werd gedwongen een ‘zwarte’ bankrekening te openen, de bankpas aan verdachte ter beschikking te stellen en toe te zien hoe verdachte zich haar geld toe-eigende en uitgaf. Door de situatie die verdachte had gecreëerd was aangeefster, gelet op de bewijsmiddelen, naar het oordeel van het hof niet bij machte om hier verandering in te brengen.
moestverkopen. Weliswaar heeft [getuige 6] tevens verklaard dat aangeefster in april 2017 bij hem op kantoor is geweest terwijl aangeefster bij meerdere gelegenheden heeft ontkend dat dit het geval is geweest, maar naar het oordeel van het hof maakt deze tegenstrijdigheid niet dat de verklaring van [getuige 6] de verklaringen van aangeefster niet langer ondersteunt daar waar het de poging tot afpersing betreft. Of aangeefster nu wel of niet in april 2017 bij de notaris is geweest laat immers de bewezenverklaring daarvan onverlet. Het hof bezigt de verklaring van [getuige 6] dan ook tot het bewijs.
mishandeling, begaan tegen zijn levensgezel, meermalen gepleegd.
afpersing, meermalen gepleegd, en afdreiging, meermalen gepleegd.
poging tot afpersing.
smaadschrift, meermalen gepleegd.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
34 (vierendertig) maanden.
10 (tien) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
5 (vijf) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de verdachte gedurende de proeftijd van 5 (vijf) jaren ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.
Stelt als bijzondere voorwaarden:
- dat de veroordeelde gedurende de proeftijd op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer] en met de ouders van [slachtoffer] ;
- dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd niet zal bevinden binnen een straal van 100 meter van de woning aan [adres slachtoffer] (zijnde de woning van [slachtoffer] ).
Beveelt dat voormelde voorwaarden dadelijk uitvoerbaar zijn.
onttrekking aan het verkeervan de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
- een geweer, Winchester 9422.22, [wapennummer] (goednummer G1201013);
- munitie, patronen.22 (goednummer G1201370).
€ 5.550,00 (vijfduizend vijfhonderdvijftig euro), bestaande uit € 550,00 (vijfhonderdvijftig euro) materiële schade en € 5.000,00 (vijfduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 5.550,00 (vijfduizend vijfhonderdvijftig euro), bestaande uit
gijzeling voor de duur van ten hoogste 62 (tweeënzestig) dagenkan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid van de schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.