Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling bij de rechtbank van 2 september 2019, ingekomen bij het hof op 10 januari 2020;
- de brief van de raad van 30 april 2020, ingekomen bij het hof op 4 mei 2020.
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
- de raad, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de raad] .
3.De beoordeling
- het verzoek van de moeder tot verkrijging van het eenhoofdig gezag afgewezen;
- het verzoek van de moeder tot verkrijging van vervangende toestemming om te verhuizing naar [plaats 1] , afgewezen;
- de raad verzocht een onderzoek in te stellen ter beantwoording van de navolgende vragen:
- de behandeling van de zaak aangehouden tot 3 maart 2020 pro forma;
- een voorlopige contactregeling vastgesteld tussen de vader en [minderjarige] waarbij zij contact met elkaar hebben éénmaal per 2 weken, waarvan de ene keer van vrijdag 17.30 uur tot zondag 18.30 uur en de andere keer van vrijdag 17.30 uur tot maandag 18.30 uur;
- de beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaard;
- iedere verdere beslissing aangehouden.