Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
[minderjarige], hierna te noemen [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2020 te [geboorteplaats] .
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De zaak betreft een minderjarige die op de dag van zijn geboorte uit huis is geplaatst vanwege ernstige zorgen over zijn verzorging en veiligheid. De rechtbank had een voorlopige ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing verleend, welke de moeder in hoger beroep aanvocht.
De moeder erkent het ondertoezicht stellen, maar betwist de noodzaak van uithuisplaatsing. Zij stelt dat er geen onveilige situatie was en dat zij coöperatief is. Het hof overweegt echter dat de situatie op de geboortedag ernstig was, mede door de lage TIQ van de moeder, de instabiele relatie met de vader en eerdere meldingen van mishandeling.
Ook de beschikking van 23 april 2020 tot verlenging van de uithuisplaatsing acht het hof terecht, gezien de noodzaak tot verder onderzoek en het ontbreken van een stabiele thuissituatie. Het hof bekrachtigt daarom de bestreden beschikkingen en oordeelt dat de periode van zes maanden aanvaardbaar is voor het verkrijgen van duidelijkheid over de verzorgingsmogelijkheden van de moeder.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking tot uithuisplaatsing van de minderjarige voor een periode van zes maanden.