Stichting Wonen Zuid (SWZ) vorderde in eerste aanleg ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van een woning vanwege aantreffen van drugs en toebehoren. De kantonrechter wees deze vorderingen af, mede vanwege de gezinsomstandigheden van de huurders en het belang van behoud van woonruimte.
In hoger beroep wijzigde SWZ haar eis en vorderde een verklaring voor recht dat de feiten ontbinding rechtvaardigden. Het hof oordeelde dat de aantoonbare aanwezigheid van 193,18 gram hennep, 101,92 gram hasj, 900 gripzakjes en een weegschaal een tekortkoming oplevert die ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt. De huurders waren op de hoogte van het verbod op dergelijke activiteiten volgens de Algemene Huurvoorwaarden.
Het hof verwierp het verweer dat ontruiming tot een noodsituatie zou leiden, aangezien de huurders binnen korte tijd vervangende woonruimte hadden gevonden. Het belang van SWZ om op te treden tegen drugshandel in haar woningen weegt zwaarder dan het belang van de huurders om de woning te behouden.
Het hof vernietigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde de bewindvoerders in de proceskosten van zowel eerste aanleg als hoger beroep.