Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHSHE:2020:2466

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
30 juli 2020
Publicatiedatum
3 augustus 2020
Zaaknummer
200.277.541_01 H
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verbetering van kennelijke fouten in eindarrest inzake rectificatievonnis

Het gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft bij arrest van 30 juli 2020 ambtshalve verbeteringen aangebracht in het eerder gewezen eindarrest van 25 juni 2020. De verbeteringen betroffen een onjuiste vermelding van de uitspraakdatum in de kop/aanhef van het arrest, waar abusievelijk 18 juni 2020 stond vermeld in plaats van de juiste datum 25 juni 2020.

Daarnaast werd in onderdelen van het arrest abusievelijk verwezen naar de rechtbank Oost(-)Brabant, terwijl het rectificatievonnis was gewezen door de rechtbank Zeeland-West-Brabant. Het hof heeft deze kennelijke fouten zonder nadere aanmaning van partijen gecorrigeerd.

Partijen, waaronder de advocaten en de bewindvoerder, zijn voorafgaand aan de verbetering in de gelegenheid gesteld hun mening te geven, maar hebben hier geen gebruik van gemaakt. Het hof achtte de fouten evident en storend en heeft deze daarom ambtshalve verbeterd, waarbij de verbeteringen op de minuut van het arrest zijn vermeld.

Uitkomst: Het gerechtshof verbeterde ambtshalve de uitspraakdatum en de verwijzing naar de juiste rechtbank in het eindarrest.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Team Handelsrecht
zaaknummer 200.277.541/01
arrest van 30 juli 2020 strekkende tot VERBETERING in de zin van artikel 31 Rv Pro van het arrest, gewezen op 25 juni 2020
in de procedure in hoger beroep die bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch aanhangig is geweest ten aanzien van:

[appellant]

en

[appellante] ,

beiden wonende te [woonplaats] ,
appellanten,
hierna te noemen: [appellanten c.s.] ,
advocaat: mr. M.J. Noteboom te Gorinchem.
1. Het hof heeft ambtshalve opgemerkt dat in genoemd arrest in de kop/aanhef als uitspraakdatum abusievelijk staat vermeld “18 juni 2020”. De daadwerkelijke uitspraakdatum was 25 juni 2020, zoals onder het dictum correct staat vermeld.
Bij brief van 7 juli 2020 heeft de griffier van het hof aan mr. M.J. Noteboom, advocaat van [appellanten c.s.] , alsook aan de bewindvoerder [bewindvoerder] laten weten dat het arrest van het hof genoemde kennelijke fout bevat en dat het hof voornemens is deze fout in aanmerking te laten komen voor een ambtshalve verbetering uit hoofde van artikel 31 lid 1 Rv Pro.
Bij genoemde brief is zowel mr. Noteboom als de bewindvoerder tevens in de gelegenheid gesteld zijn mening over dit voornemen uiterlijk 15 juli 2020 aan het hof kenbaar te maken. Noch mr. Noteboom noch de bewindvoerder heeft van die mogelijkheid gebruik gemaakt.
Het hof is van oordeel dat vaststaat dat sprake is van een kennelijke fout in de kop/aanhef van het arrest en dat de aldaar genoemde onjuiste uitspraakdatum van 18 juni 2020 dient te worden gewijzigd in 25 juni 2020.
2. Bij het vervaardigen van dit herstelarrest heeft het hof vervolgens ambtshalve opgemerkt dat in het arrest van 25 juni 2020 in de onderdelen 1 en 3.1.5. abusievelijk wordt verwezen naar “de rechtbank Oost (-) Brabant” terwijl het rectificatievonnis is gewezen door de rechtbank Zeeland-West-Brabant. Het hof heeft er voor gekozen ten aanzien van deze zeer evidente doch evenzeer storende fout niet nogmaals partijen aan te schrijven, maar deze fouten aanstonds te verbeteren.
Vermeld arrest zal mitsdien op de volgende wijze worden verbeterd.
Het hof:
Bepaalt dat in de kop/aanhef van genoemd arrest de uitspraakdatum van 18 juni 2020 moet worden verbeterd en gewijzigd in 25 juni 2020;
Bepaalt dat in de onderdelen 1 en 3.1.5. ‘rechtbank Oost(-)Brabant’ moet worden verbeterd en gewijzigd in Rechtbank Zeeland-West-Brabant;
Bepaalt dat deze verbeteringen onder vermelding van de datum van 30 juli 2020 wordt vermeld op de minuut van het arrest.
Dit arrest is gewezen door mrs. R.R.M. de Moor, S.M.A.M. Venhuizen en A.P. Zweers-van Vollenhoven en in het openbaar uitgesproken op 30 juli 2020