De minderjarige, geboren in 2004 en verblijvend binnen een gesloten setting sinds 2018, was in eerste aanleg niet geslaagd in haar verzoek tot benoeming van een bijzondere curator. De rechtbank had dit verzoek afgewezen. De minderjarige kwam hiertegen in hoger beroep.
Het hof overweegt dat er sprake is van een belangenstrijd tussen de minderjarige en de voogd, Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg. De minderjarige voelt zich niet gehoord en heeft geen vertrouwen in de voogd, wat haar verwerking van ingrijpende gebeurtenissen belemmert. De voogd ontkent het bestaan van een dergelijk conflict.
Het hof acht het in het belang van de minderjarige noodzakelijk een bijzondere curator te benoemen die haar belangen vertegenwoordigt. De bijzondere curator moet binnen drie maanden nagaan of een oplossing buiten rechte mogelijk is of anders een verzoek tot wisseling van voogdij in rechte indienen. De benoeming geldt tot uiterlijk 6 november 2020 of tot een einduitspraak in eerste aanleg over de voogdijwissel.
De benoemde bijzondere curator is drs. [bijzondere curator], kantoorhoudende te [kantoorplaats]. Partijen zijn verplicht de bijzondere curator te faciliteren en instructies op te volgen. De beschikking van de rechtbank wordt vernietigd en vervangen door deze beslissing.