In deze civiele zaak vordert Beter Bed een verklaring voor recht dat [appellante], een matrasproducent, aansprakelijk is voor schade veroorzaakt door een leveringsstop na een waarschuwing over een mogelijk gevaarlijk ingrediënt in matrassen. [Appellante] verzocht om een voorlopig deskundigenbericht om de omvang van de schade inzichtelijk te maken, maar de rechtbank wees dit verzoek af omdat aansprakelijkheid en causaliteit nog niet vaststonden en het verzoek prematuur was.
[Appellante] ging in hoger beroep en stelde dat het verzoek niet prematuur was, dat zij belang had bij het deskundigenbericht en dat het niet ging om misbruik van recht. Zij wees erop dat Beter Bed de schade niet voldoende onderbouwde en dat zij bereid was tot schikking, mits de schade duidelijk werd vastgesteld.
Beter Bed betoogde dat het verzoek prematuur was omdat aansprakelijkheid en causaliteit nog niet waren vastgesteld en dat het verzoek niet diende tot bewijslevering maar tot een juridische beoordeling die aan de rechter is voorbehouden. Tevens wees Beter Bed erop dat zij al stukken had overgelegd en dat een schikking niet was bereikt vanwege het ontbreken van onderbouwing door [appellante].
Het hof oordeelde dat het verzoek prematuur was en in strijd met de goede procesorde, mede omdat de aansprakelijkheid en causaliteit nog niet vaststaan en de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden nog moet worden beoordeeld. Ook vond het hof dat [appellante] onvoldoende gebruik had gemaakt van het aanbod om de stukken in te zien en dat een voorlopig deskundigenbericht onnodige kosten zou veroorzaken. Het hof bekrachtigde daarom de afwijzing van het verzoek en veroordeelde [appellante] in de proceskosten.