Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/02/336857 / HA ZA 17-688)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep met grieven, eiswijziging en producties;
- de memorie van antwoord met producties;
- het pleidooi, waarbij beide partijen pleitnotities hebben overgelegd;
- tegen de vooraf bij H12-formulier van 21 februari 2020 aan het hof toegezonden producties 24 en 25 heeft [geïntimeerde] geen bezwaar gemaakt, zodat die geacht worden bij het pleidooi bij akte in het geding te zijn gebracht.
3.De beoordeling
Het ligt volgens mij niet zo simpel.Een en ander is geregeld in de ‘subsidieregeling restauratie monumenten’. (…)
Zoals zojuist besproken, hierbij de bevestiging van de afspraak die wij maakten voor dinsdag 16 februari (…) Op het eerdere voorstel wat ik van jou kreeg, heb ik enkele opmerkingen gemaakt waar ik hoop dat je even naar wilt kijken en over na kunt denken, zodat je op ons gesprek bent voorbereid.
(…) U wilt perse met een aannemer verder gaan, hierbij gaf ik aan dat dat bij mij ook onder dezelfde condities kan. Dit was niet mogelijk, ik kan wel timmerwerk gaan verrichten, maar hoe dat gaat lopen is nog een beetje onduidelijk met wat ik dan moet gaan doen.(…)”
Desalniettemin heb ik aangegeven met je mee te willen denken, en bereid te blijven je tijdens de bouw in te schakelen als timmerman. Ik ben zelfs bereid nu reeds op voorhand afspraken te maken voor het verrichten van timmerwerk gedurende een minimaal overeen te komen aantal uren. Je vroeg je af hoe dat geregeld zou moeten worden, omdat je, op het moment dat ik daar behoefte aan heb, wellicht andere bezigheden zou kunnen hebben. Daarvan het ik aangegeven dat ik rekening heb te houden met mijn planning, maar dat ik daarbij rekening wil houden met jouw agenda. Ik wil je dus zo veel als mogelijk inhuren op momenten dat het jou schikt. (…)”
€ 34.405,50 voor bouwproject met nummer [huisnummer 1] en € 36.834,00 voor bouwproject met nummer [huisnummer 2] , per 31 december 2017 verschuldigd aan prijs, rente en kosten, te vermeerderen met € 10.685,93 aan buitengerechtelijke kosten en de wettelijke handelsrente over de hoofdsom en de buitengerechtelijke kosten;
€ 32.448,00 voor bouwproject met nummer [huisnummer 1] , € 360,00 voor de opzegging van de overeenkomst van opdracht en € 17.101,50 voor bouwproject met nummer [huisnummer 2] , per 31 december 2017 verschuldigd aan prijs, rente en kosten, te vermeerderen met € 7.486,43 aan buitengerechtelijke kosten en de wettelijke handelsrente over de hoofdsom en de buitengerechtelijke kosten;
€ 32.448,00 in rekening zou hebben gebracht, heeft [geïntimeerde] onvoldoende betwist en staat daarmee naar het oordeel van het hof vast.