ECLI:NL:GHSHE:2020:2656
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging beëindiging ouderlijk gezag moeder over minderjarige wegens onzeker perspectief pleeggezin
Deze zaak betreft het hoger beroep van de moeder tegen de beschikking van de rechtbank Limburg die haar ouderlijk gezag over haar minderjarige kind beëindigde en de Gecertificeerde Instelling tot voogd benoemde.
De minderjarige is kort na geboorte uithuisgeplaatst en verblijft sindsdien bij zijn grootmoeder (pleegmoeder). De moeder werkt aan haar persoonlijke problematiek, waaronder een verslaving, en wacht op behandeling. De moeder weigert geen toestemming voor beslissingen omtrent het kind en onderhoudt goede contacten met de pleegmoeder.
De raad voor de kinderbescherming en de Gecertificeerde Instelling stelden dat het perspectief voor het kind bij de moeder onzeker is en dat het verblijf bij de grootmoeder vanwege haar leeftijd en gezondheid op lange termijn niet zeker is. Het hof oordeelt dat het gezag niet misbruikt wordt en dat het op dit moment niet passend is het gezag te beëindigen, mede gezien het ontbreken van een stabiel alternatief en het feit dat de moeder meewerkt. De beschikking van de rechtbank wordt vernietigd en het verzoek tot beëindiging van het gezag wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hof vernietigt de beschikking van de rechtbank en wijst het verzoek tot beëindiging van het gezag van de moeder af.