Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
schuldenaar,
1.Het geding in de hoofdzaak
2.Het onderhavige verzoek
3.De beoordeling
het faillissement (…) en soortgelijke procedures”.
Voor zover in deze alsdan artikel 7 EET Pro Vo zou moeten worden bezien - aannemende dat onder ‘proceskosten’ in die bepaling ook de onderhavige kosten zouden vallen -, geldt dat [schuldenaar] zich blijkens onderdeel 10 van haar verweerschrift in hoger beroep uitdrukkelijk heeft verzet tegen de uiteindelijk in de beslissing opgenomen toedeling en dus door haar dragen van de faillissementskosten. Het verzoek zou alsdan dus zijn afgewezen.