Uitspraak
8.Het arrest d.d. 3 maart 2020
9.Het verdere verloop van de procedure
- de akte van de zijde van de vrouw met producties 1 tot en met 11, ingekomen op 31 maart 2020;
- de antwoordakte van de zijde van de man, ingekomen op 29 april 2020.
“Indien het inkomen niet toereikend is, is iedere partij gehouden naar evenredigheid van haar vermogen het tekort aan te vullen.”De vrouw had echter, in tegenstelling tot de man, geen vermogen.
besproken en aangegeven” dat zij in 2017 nog een laatste keer met [dochter] en haar gezin een vakantie wilden doorbrengen in Renesse. Partijen hebben nooit met [dochter] en haar gezin een vakantie in Renesse doorgebracht.
tijdensde werkingsduur van deze overeenkomst zijn aangeschaft. Uit dit artikel, in onderling verband bezien met hetgeen onder het kopje “aanbrengsten en mede-eigendom van inboedel” is vermeld dient veeleer te worden afgeleid dat partijen redelijkerwijze de bedoeling hebben gehad dat de inboedel en de auto gemeenschappelijk zouden zijn, ongeacht de vraag of deze voor of na het aangaan van de samenlevingsovereenkomst zijn aangeschaft. De man heeft zijn andersluidende standpunt onvoldoende onderbouwd.