Belanghebbende diende een aanvraag in voor een omgevingsvergunning voor het bouwen van opslagruimtes. De heffingsambtenaar legde een legesaanslag op gebaseerd op de bruto vloeroppervlakte, berekend volgens de NEN 2580-norm zoals vermeld in de gemeentelijke legesverordening. Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag, dat werd afgewezen, waarna hij beroep instelde bij de rechtbank die de aanslag vernietigde.
De heffingsambtenaar ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. Het hof oordeelde dat de NEN 2580-norm niet op de wettelijk vereiste wijze was gepubliceerd of ter inzage gelegd, noch was verwezen naar een externe vindplaats. Hierdoor voldeed de legesverordening niet aan de kenbaarheidsvereisten van de Gemeentewet, waardoor de aanslag onverbindend was.
De heffingsambtenaar stelde dat de omschrijving in de tarieventabel voldoende was en dat de bruto vloeroppervlakte was gebaseerd op de door belanghebbende opgegeven gegevens, maar het hof verwierp dit omdat belanghebbende niet kon controleren of de opgegeven oppervlakte overeenkwam met de norm. De overige geschilpunten werden niet meer behandeld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.