ECLI:NL:GHSHE:2020:2930
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ouderlijk gezag vader wegens bedreiging ontwikkeling minderjarige
In deze zaak is het ouderlijk gezag van de vader over de minderjarige beëindigd door de rechtbank Limburg, waarna de vader hiertegen in hoger beroep is gekomen. De minderjarige is sinds 2016 onder toezicht gesteld en verblijft sinds 2018 in een pleeggezin vanwege problematiek en onveilige thuissituatie.
De vader stelt dat hij een stabiele opvoedingsbasis kan bieden en dat de plaatsing in het pleeggezin door hem wordt geaccepteerd. De Raad voor de Kinderbescherming en de Gecertificeerde Instelling betogen echter dat de vader onvoldoende inzicht heeft in de problematiek van de minderjarige, niet leerbaar is gebleken en de minderjarige belast met zijn wens tot terugkeer, wat haar ontwikkeling bedreigt.
Het hof oordeelt dat de vader niet in staat is de verzorging en opvoeding binnen een aanvaardbare termijn te dragen, waardoor het gezag terecht is beëindigd. De minderjarige ontwikkelt zich goed in het pleeggezin en heeft daar de benodigde stabiliteit en veiligheid. Het hof bekrachtigt de bestreden beschikking en wijst het beroep van de vader af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het ouderlijk gezag van de vader over de minderjarige wegens ernstige bedreiging van haar ontwikkeling.