Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Vereniging van eigenaars appartementen [Vve] ,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
1.de gezamenlijke erfgenamen van [erflater 1] ,wonende te [woonplaats] ,
1.Vereniging van eigenaars appartementen [Vve] ,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
8.Het verloop van de procedure in beide zaken
- de op 16 juni 2020 door de VvE en [appellante 2 200.236.732_01 / geintimeerde 2 200.236.848_01] genomen akte na tussenarrest, tevens inhoudende een wijziging eis;
- de op 14 juli 2020 door de erven [erflater 1] en de erven [erflater 2] genomen antwoordakte na tussenarrest.
- de op 16 juni 2020 door de VvE en [appellante 2 200.236.732_01 / geintimeerde 2 200.236.848_01] genomen akte na tussenarrest, tevens inhoudende een wijziging van eis;
- de op 14 juli 2020 door de erven [erflater 2] genomen antwoordakte na tussenarrest.
9.De verdere beoordeling in beide zaken
- dat het overlijden van [erflater 1] volgens artikel 225 Rv Pro een grond voor schorsing van de gedingen oplevert;
- dat de erven wensen dat de gedingen op de voet van artikel 227 Rv Pro worden hervat en voortgezet;
- dat de advocaat van de VvE en [appellante 2 200.236.732_01 / geintimeerde 2 200.236.848_01] hier op voorhand van op de hoogte is gesteld en uitdrukkelijk instemt met de hervatting en voortzetting van de gedingen.
- [erflater 2] heeft onrechtmatig gehandeld jegens de VvE en [appellante 2 200.236.732_01 / geintimeerde 2 200.236.848_01] , zodat hij jegens hen persoonlijk aansprakelijk is. [erflater 1] is als erfgenaam aansprakelijk voor de schade die door het onrechtmatige handelen van [erflater 2] is veroorzaakt (rov. 6.10.1 tot en met 6.10.14).
- [erflater 1] heeft ook zelf onrechtmatig jegens de VvE en [appellante 2 200.236.732_01 / geintimeerde 2 200.236.848_01] gehandeld. [erflater 1] is dus niet alleen als erfgenaam van [erflater 2] aansprakelijk voor de door het onrechtmatig handelen veroorzaakte schade, maar ook omdat zij zelf onrechtmatig jegens de VvE en [appellante 2 200.236.732_01 / geintimeerde 2 200.236.848_01] heeft gehandeld (rov. 6.16.1 tot en met 6.16.7).
- Het door [erflater 1] als erfgenaam en het door [erflater 1] voor zichzelf als verweer gedane beroep op artikel 6:101 BW Pro moet worden verworpen (rov. 6.13.2, 6.13.3 en 6.17.2).
- Onderdeel B5 van de subsidiaire vordering (ten bedrage van € 5.938,41 te zake de kosten van de veiling) is toewijsbaar (rov. 6.18.4).
- de erven [erflater 1] en de erven [erflater 2] hoofdelijk veroordelen in de proceskosten van het hoger beroep in zaak 200.236.732, inclusief de gevorderde nakosten;
- de erven [erflater 2] veroordelen in de proceskosten van het hoger beroep in zaak 200.236.848 (zonder een tweede veroordeling in de nakosten);
- in het niet-ontvankelijk geachte incidenteel hoger beroep van de VvE en [appellante 2 200.236.732_01 / geintimeerde 2 200.236.848_01] in zaak 200.236.848 een proceskostenveroordeling achterwege laten.
10.De uitspraak
- verklaart voor recht dat [erflater 1] en [erflater 2] jegens de VvE en [appellante 2 200.236.732_01 / geintimeerde 2 200.236.848_01] en de gemeenschap van deelgerechtigden onrechtmatig hebben gehandeld en aldus hoofdelijk gehouden zijn de door hen geleden schade te vergoeden;
- veroordeelt de erven [erflater 1] en de erven [erflater 2] hoofdelijk, des dat de een betalend de ander zal zijn bevrijdt, om ten behoeve van de gemeenschap aan de VvE € 82.975,94 te betalen ter zake onbetaald gebleven VvE-bijdragen en de daarover tot 1 januari 2018 verschuldigde wettelijke rente;
- veroordeelt de erven [erflater 1] en de erven [erflater 2] hoofdelijk, des dat de een betalend de ander zal zijn bevrijdt, om ten behoeve van de gemeenschap aan de VvE € 5.938,41 te betalen ter zake de kosten van de veiling, vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 7 mei 2016;
- veroordeelt de erven [erflater 1] en de erven [erflater 2] hoofdelijk, des dat de een betalend de ander zal zijn bevrijdt, in de proceskosten van het geding in eerste aanleg, en begroot die kosten aan de zijde van de VVE en [appellante 2 200.236.732_01 / geintimeerde 2 200.236.848_01] tot op de datum van het vonnis van 3 januari 2018 op € 4.159,--, waarin begrepen € 2.235,-- aan salaris advocaat, en in de nakosten begroot op € 131,--, te vermeerderen met € 68,-- en de kosten van het betekeningsexploot, indien na 14 dagen na aanschrijving betekening nodig blijkt, voormelde kosten te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na de datum van het vonnis respectievelijk de datum van betekening;