In deze strafzaak is verdachte in eerste aanleg veroordeeld voor poging tot doodslag tot een gevangenisstraf van 20 maanden met aftrek van voorarrest. De officier van justitie stelde hoger beroep in en eiste een gevangenisstraf van 4 jaren.
Het hof heeft het vonnis van de rechtbank bevestigd, zowel wat betreft de kwalificatie poging tot doodslag als de opgelegde straf. De verdediging voerde onder meer aan dat sprake zou zijn van noodweerexces en dat verdachte vrijgesproken zou moeten worden van poging tot moord, maar het hof verwierp deze verweren.
De bewijsvoering bestond onder andere uit het proces-verbaal van bevindingen van een verbalisant met een beschrijving van beelden en het verhoor van een getuige. Het hof achtte de straf van 20 maanden passend, ondanks de eis van 4 jaar door het OM, mede gelet op de rol van de aangever.
De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van het gerechtshof 's-Hertogenbosch op 5 oktober 2020 en het arrest werd ter openbare terechtzitting uitgesproken.