Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] 2011 te [geboorteplaats] (Afghanistan);
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] 2014 te [geboorteplaats] .
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
- de GI, vertegenwoordigd door mevrouw [vertegenwoordiger van de GI] .
- het procesdossier eerste aanleg, overgelegd door de advocaat van de vader, ingekomen ter griffie op 21 juli 2020;
- de brief van de raad van 10 augustus 2020 waarin de raad aankondigt niet te zullen verschijnen tijdens de mondelinge behandeling;
- het V-formulier van 9 september 2020 met bijlagen van de advocaat van de vader;
- het e-mailbericht van de moeder van 17 september 2020, dat op 18 september 2020 door de GI is doorgestuurd naar het hof.
3.De beoordeling
- [minderjarige 1] (hierna:
- [minderjarige 2] (hierna:
- de moeder en de kinderen verblijven sinds 24 juni 2020 voor de vierde maal (in 2018 tweemaal en in 2019 eenmaal) in de vrouwenopvang op een geheime locatie vanwege de dreiging die zij ervaren vanuit de vader. Ook als de moeder zich de noodzaak voor deze stap zou laten aanpraten, zoals de vader meent, betekent het dat de algehele woon- en leefsituatie voor de kinderen nog steeds instabiel, zorgelijk en onrustig is en dat de ouders er op eigen kracht niet in zijn geslaagd om de kinderen een veilige opvoedomgeving te bieden;
- het is nog steeds niet duidelijk of de ouders gaan scheiden. Er wordt al geruime tijd gesproken over een echtscheiding, maar dit wordt niet doorgezet. Tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep is gebleken dat een verzoek tot echtscheiding nog steeds niet is ingediend. De GI heeft verklaard dat beide ouders hierin besluiteloos blijven. Dat de moeder hierin wispelturig is, wordt door de vader ook gezien. Of zij wel of niet ‘gebrainwashed’ is, zoals de vader tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep heeft verklaard, maakt de zorgen van het hof niet minder groot. Dat deze situatie maar voortduurt, levert voor de kinderen nog meer onzekerheid en onduidelijkheid op;
- de vader heeft meerdere malen onaangekondigd de kinderen bezocht, bijvoorbeeld als zij thuis buiten speelden of op school. Hoewel het hof niet de indruk heeft dat de vader hiermee kwade intenties had (hij miste de kinderen en wilde ze graag zien), staat voor het hof wel voldoende vast dat hij hiermee de kinderen, hetzij onbedoeld, veel schrik heeft aangejaagd. Dit heeft een grote impact op het veiligheidsgevoel van beide kinderen (gehad); met name [minderjarige 1] is angstig, verdrietig en gedraagt zich schichtig. Beide kinderen hebben ten overstaan van de school verklaard dat zij bang zijn voor de vader. De GI heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat [minderjarige 1] door het onvoorspelbare gedrag van de vader moeite heeft om zich te concentreren en dat zij daarvoor op school hulp van de schoolmaatschappelijk werker krijgt. Omdat de kinderen bang zijn voor de vader, worden de contacten tussen de vader en de kinderen sinds juni 2020 begeleid. De GI heeft verklaard dat de vader zijn best doet, maar dat het niet makkelijk is voor hem om aansluiting te vinden op het niveau van de kinderen. De uitspraken die de vader doet, zijn belastend voor de kinderen, bijvoorbeeld dat zij niet met kinderen mogen spelen die een ander geloof hebben en dat [minderjarige 1] een hoofddoek op moet. Al met al ervaren de kinderen veel spanning. Beide kinderen voelen en gedragen zich niet ‘vrij’.
de vader, de moeder en de GIhet gesprek met elkaar aan te gaan. Alleen dan kunnen er stappen worden gezet die ertoe leiden dat de kinderen weer veilig kunnen opgroeien.