ECLI:NL:GHSHE:2020:3117
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging ondertoezichtstelling minderjarige wegens ernstige ontwikkelingsbedreiging
In deze zaak is een minderjarige onder toezicht gesteld door de rechtbank Zeeland-West-Brabant vanwege ernstige bedreiging van haar ontwikkeling. De moeder is in hoger beroep gekomen tegen deze beslissing en betoogt dat de situatie is verbeterd en dat de hulpverlening vrijwillig kan worden voortgezet.
Het hof heeft tijdens de mondelinge behandeling de standpunten van de moeder, de raad, de gecertificeerde instelling en de vader gehoord. De moeder stelt dat zij haar leven op orde heeft en openstaat voor hulp, terwijl de raad en de gecertificeerde instelling wijzen op blijvende zorgen over de ontwikkeling van de minderjarige en de moeizame samenwerking met de hulpverlening.
Het hof overweegt dat de ernstige ontwikkelingsbedreiging voortkomt uit het verleden van de ouders en het kind, het zorgelijke gedrag van de minderjarige en het gebrek aan voldoende zicht op de opvoedsituatie. De negatieve houding van de ouders ten opzichte van de hulpverlening en het ontbreken van een afgeronde behandeling van de vader leiden tot onvoldoende vertrouwen dat de bedreiging vrijwillig kan worden weggenomen.
Daarom acht het hof de ondertoezichtstelling noodzakelijk voor de duur van een jaar en bekrachtigt het de beschikking van de rechtbank. Tevens wordt bepaald dat een afschrift van de uitspraak wordt toegezonden aan het centraal gezagsregister.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de ondertoezichtstelling voor de duur van een jaar wegens ernstige bedreiging van de ontwikkeling van de minderjarige.