ECLI:NL:GHSHE:2020:3119
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verdeling draagkracht en vaststelling kinderalimentatie voor meerdere kinderen
Partijen hadden een relatie van augustus 2013 tot eind 2016 en hebben samen een minderjarig kind. De rechtbank had eerder de kinderalimentatie vastgesteld, waartegen de man principaal hoger beroep instelde met bezwaren tegen de draagkrachtberekening, verdeling over drie kinderen en zorgkorting. De vrouw stelde incidenteel hoger beroep in met verzoek tot aanpassing van de alimentatiebedragen.
Het hof onderzocht de draagkracht van de man, waarbij het uitging van een netto gezinsinkomen en de behoefte van het kind volgens de behoeftetabel voor drie kinderen, rekening houdend met de verblijfsduur van de andere kinderen. De man voerde aan dat hij zijn onderneming had gestaakt en een lager inkomen had, maar het hof vond dat hij dit niet voldoende had onderbouwd en ging uit van het oude inkomen uit onderneming.
De draagkracht van de man werd naar rato verdeeld over de drie kinderen, waarbij voor de meerderjarige studerende kinderen een vaste behoefte werd vastgesteld. De zorgkorting werd toegepast vanaf 25 april 2017 met 5%, gezien de beperkte omgang. De alimentatiebedragen werden vastgesteld op €113,96 per maand voor 2017, €92,66 voor 2018 en €141,60 voor 2019, met een indexering voor 2020. De kosten van het hoger beroep werden gecompenseerd zodat elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De man moet kinderalimentatie betalen van €113,96 per maand in 2017, €92,66 in 2018 en €141,60 in 2019, met indexering vanaf 2020.