Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
a. Belichting
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende is veroordeeld voor het telen van hennep en kreeg aanslagen inkomstenbelasting en zorgverzekeringswet opgelegd over het jaar 2013. De Inspecteur stelde dat de inkomsten uit hennepteelt € 25.140 bedroegen en legde een vergrijpboete op. Belanghebbende voerde aan dat hij geen inkomsten had genoten omdat de oogst was gestolen en dat de kosten in mindering gebracht moesten worden.
De Rechtbank verklaarde het beroep gegrond voor de boetebeschikking en mat deze, maar wees het beroep verder af. Het hof bevestigt deze uitspraak en oordeelt dat kosten die verband houden met het misdrijf hennepteelt niet aftrekbaar zijn op grond van artikel 3.14, lid 1, letter d, Wet IB 2001. De stelling van belanghebbende dat de oogst was gestolen wordt niet geloofd.
Het hof acht de boete passend en wijst het hoger beroep af. Er wordt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten aan belanghebbende toegekend. De uitspraak van de Rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hof bevestigt de aanslagen en boete en verklaart het hoger beroep ongegrond.