Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
[minderjarige]), op [geboortedatum] 2016 te [geboorteplaats] .
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De zaak betreft een geschil tussen de vader en moeder over het gezag over hun minderjarige kind, geboren in 2016. Na de echtscheiding oefenden beide ouders gezamenlijk gezag uit, maar de moeder was gedurende circa zes maanden afwezig vanwege een zwervend bestaan. De vader verzocht de rechtbank om eenhoofdig gezag toe te kennen, wat werd afgewezen. In hoger beroep bevestigde het hof deze beslissing.
De moeder heeft inmiddels haar situatie gestabiliseerd en verblijft in een crisisopvang waar zij wordt begeleid. Zij wenst haar rol als ouder weer op te pakken en contact met het kind te herstellen. De vader klaagt over gebrekkige communicatie, maar erkent dat de moeder heeft meegewerkt aan belangrijke zaken zoals het aanvragen van een identiteitskaart.
Het hof oordeelt dat het gezamenlijk gezag gehandhaafd moet blijven omdat er geen onaanvaardbaar risico is dat het kind klem raakt tussen de ouders. Het belang van het kind staat voorop en het is van belang dat de moeder terugkeert in het leven van het kind. Het verzoek tot omgang van de moeder in hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens strijd met de goede procesorde.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de vader tot eenhoofdig gezag af en bekrachtigt het gezamenlijk gezag.