In deze civiele zaak vordert geïntimeerde betaling van facturen voor werkzaamheden die zij heeft verricht aan een vijver die zij in 2015 aanlegde voor appellant. Appellant stelt dat de werkzaamheden onderdeel waren van herstel van een gebrek onder de aannemingsovereenkomst en dat hij daarom niet hoeft te betalen. Hij vordert tevens schadevergoeding wegens ondeugdelijke vijverfolie.
Het hof stelt vast dat de overeenkomst kwalificeert als een aannemingsovereenkomst en dat de lekkage werd veroorzaakt door kokerjuffervraat, een externe natuurlijke oorzaak. Appellant slaagt er niet in te bewijzen dat de folie ondeugdelijk was of dat geïntimeerde aansprakelijk is voor het gebrek. De werkzaamheden na de oplevering worden daarom gezien als een aparte opdracht waarvoor betaling verschuldigd is.
De vordering van geïntimeerde tot betaling van € 9.616,47 wordt bevestigd, evenals de buitengerechtelijke incassokosten. De schadevergoeding van appellant wordt afgewezen. Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Limburg en veroordeelt appellant in de proceskosten van het hoger beroep.