ECLI:NL:GHSHE:2020:326
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing klacht wegens onvoldoende bewijs voor vervolging fraude via WhatsApp
Klager deed aangifte van fraude nadat hij via WhatsApp contact had met een persoon die zich voordeed als medewerker van een autobedrijf en geld overmaakte voor een auto die niet geleverd werd. De overgemaakte bedragen stonden op rekeningen van beklaagden.
De politie voerde een beperkt onderzoek uit, waarbij beklaagden ontkenden betrokken te zijn en verklaarden hun pinpassen kwijt te zijn. Het gebruikte telefoonnummer werd niet herleid tot beklaagden en er was geen overtuigend bewijs van hun betrokkenheid.
Klager diende een klacht in tegen het besluit van het Openbaar Ministerie om niet te vervolgen. Het hof oordeelde dat het bewijs onvoldoende is en dat nader onderzoek waarschijnlijk geen nieuwe bewijsstukken zal opleveren.
Het hof wees de klacht af en adviseerde klager om het geld via een civiele procedure terug te vorderen bij beklaagde die het bedrag op zijn rekening ontving. Zo nodig kan dit via de kantonrechter worden afgedwongen.
De beslissing werd genomen door het gerechtshof 's-Hertogenbosch op 4 februari 2020.
Uitkomst: Klacht afgewezen wegens onvoldoende bewijs voor strafvervolging; civiele terugvordering aanbevolen.