In deze civiele zaak heeft appellante, een buitenlandse partij uit Colombia, verzocht om verlenging van de termijn voor het stellen van zekerheid in de vorm van een bankgarantie bij een Nederlandse bank. Dit verzoek volgde op een arrest van het hof waarin appellante werd bevolen uiterlijk 20 oktober 2020 zekerheid te stellen voor proceskosten.
Appellante voerde aan dat het vanwege haar buitenlandse status en het ontbreken van een Nederlandse bankrekening lastig was om tijdig een Nederlandse bankgarantie te verkrijgen. Zij vroeg daarom om een termijnverlenging van vier weken. Geïntimeerden betwistten dit verzoek en stelden dat appellante eerder had moeten handelen.
Het hof oordeelde dat het verzoek tijdig en gegrond was, mede omdat het bevel tot zekerheidstelling pas op 22 september 2020 was gegeven. Het hof verlengde de termijn tot 17 november 2020 en stelde een nieuwe datum voor het indienen van de memorie van grieven vast. Verdere beslissingen werden aangehouden.