ECLI:NL:GHSHE:2020:3381
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid hof en ontvankelijkheid advocaat-generaal bij vordering lijfsdwang ontnemingsmaatregel
Deze beschikking betreft de beoordeling van een vordering ex artikel 577c (oud) Sv tot verlof tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang tegen een veroordeelde die een ontnemingsmaatregel niet heeft voldaan. De zaak werd behandeld op 19 november 2019 en 12 oktober 2020, waarbij het hof zich eerst moest uitspreken over zijn bevoegdheid en de ontvankelijkheid van de advocaat-generaal.
Het hof oordeelt dat de Wet USB, die per 1 januari 2020 in werking trad en lijfsdwang verving door gijzeling, geen gevolgen heeft voor lijfsdwang die vóór die datum is opgelegd. De regeling van artikel 577c (oud) Sv blijft van toepassing, en het hof is bevoegd de vordering te behandelen. De advocaat-generaal is ontvankelijk.
Feitelijk staat vast dat de veroordeelde een ontnemingsmaatregel van ruim €2,6 miljoen opgelegd kreeg, waarvan na verrekening van beslag nog €2.456.911,92 openstaat. Ondanks herhaalde verzoeken en correspondentie heeft de veroordeelde geen concreet afbetalingsvoorstel gedaan en onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij niet kan betalen. Medische onderbouwing voor arbeidsongeschiktheid ontbreekt.
Het hof concludeert dat de veroordeelde geacht mag worden in staat te zijn de betalingsverplichting na te komen, maar dit niet doet. Daarom wordt de vordering van de advocaat-generaal toegewezen en verlof verleend tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang voor de duur van 1080 dagen.
Uitkomst: Het hof verleent verlof tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang voor de duur van 1080 dagen wegens niet-nakoming van een ontnemingsmaatregel.