In deze zaak zijn de moeder en vader in hoger beroep gegaan tegen een beschikking van de rechtbank die het hoofdverblijf van hun drie minderjarige kinderen bij de vader had vastgesteld. Partijen oefenden gezamenlijk het ouderlijk gezag uit, maar waren het niet eens over de verblijfplaats van de kinderen.
Tijdens de mondelinge behandeling stemden beide ouders in met een verwijzing naar het hulptraject Ouderschap Blijft, gericht op het bevorderen van gezamenlijke besluitvorming in het belang van de kinderen. Het hof besloot daarom de beslissing over het hoofdverblijf aan te houden om de ouders de gelegenheid te geven deel te nemen aan dit zorgtraject.
Het hof verzocht het loket van de samenwerkende gemeenten in de regio Zeeland om uiterlijk 29 april 2021 een eindrapportage over het verloop en de resultaten van het zorgtraject in te dienen. Afhankelijk van de uitkomst kan de Raad voor de Kinderbescherming nader advies uitbrengen, waarna de zaak mogelijk wordt voortgezet. Partijen gaven toestemming voor het delen van persoonsgegevens met betrokken instanties om het traject te faciliteren.